Schijnheilig

24 maart 2018

Ik ga iets bekennen. Toen ik woensdag opstond dacht ik: ik ga niet stemmen. Wat heeft het voor zin om door te geven of ik voor of tegen de Wet op inlichtingen- en schijnveiligheidsdiensten ben? Alsof ze niet al lang besloten hebben dat die wet er komt. Dit raadgevend referendum blijkt over een week toch weer een wassen neus.

In Meierijstad gingen we alleen voor het referendum en niet voor de gemeenteraad. Opkomst: 26,7%. Drie kwart blijkt ongeïnteresseerd of stemt uit protest niet. Bij degenen die gaan, hoor ik argumenten als ‘niets te verbergen’ en ‘ik kies voor veiligheid’. Andere stemmers praten over hun recht op privacy en mogelijk misbruik van nog meer info. En wat denk ik? Dat alles wat ze over ons willen weten, al lang en breed op straat ligt. Er zijn al tig vage bedrijven die het akkoord hebben met onze data aan de haal te gaan. Zeg nou zelf, heb jij ooit die 136 pagina’s tellende algemene voorwaarden doorgelezen bij het uploaden van een nieuwe app? Ik heb niet de illusie dat er nog maar íets van mij geheim is. Als de ambtenaren bij onze inlichtingendienst iets willen weten, bellen ze Google of Facebook maar. Daar zitten de echte Sherlocks. 

Ondanks alle dilemma’s ben ik om tien voor negen alsnog naar het loket gesjeesd. Omdat het mijn recht en plicht is. Zoals uiteindelijk de meeste Nederlanders heb ik het hokje ‘nee’ ingekleurd.

Gek eigenlijk. Dat ook ik het hele jaar door overal ja op zeg en de deur voor Jan en alleman wagenwijd open zet. Totdat ik een verzoek krijg van mijn eigen overheid, zonder uitleg of kleine lettertjes. Dan word ik wantrouwend, gooi ik de deur dicht en stem ik tegen. Benieuwd of ze dit in Den Haag kunnen verklaren.

Oorspronkelijke publicatie: 
Brabants Dagblad

Tel. 06 2470 1616info@typischfem.nl