taal in het kleuterlokaal

6 juni 2013

“Uw kind scoort een D op de taal-Cito.” Tja. Dat is niet zo goed. Denk ik. Maar is het dramatisch? Nou nee. Hij is pas vier! 
 
Beweren dat vroeger alles beter was, daar waag ik me niet aan. Toch vraag ik me dit met het oog op onze prestatiemaatschappij en de daaruit  voortvloeiende meet-en-weetcultuur wel eens af. Natuurlijk is het prima om een keer te meten waar een kind staat in zijn ontwikkeling. Net zoals het prima is dat ik een keer op de weegschaal ga staan om te zien of ik overgewicht heb of dat het allemaal wel meevalt. Maar moet die Cito-toets echt meerdere keren per jaar plaatsvinden en moet het echt al in groep 1, weliswaar onder de noemer ‘samen werkjes maken’?! Als het goed is, heeft de juf of meester toch wel een idee van het niveau van de kinderen? Ik merk het immers ook als mijn broek minder makkelijk dichtgaat of van mijn kont afzakt… Ik dacht – heel naïef natuurlijk - dat een jongste kleuter die redelijk uit zijn woorden kan komen en al vervoegingen van werkwoorden gebruikt, wel zo’n beetje op schema zat. Niets is minder waar, zo blijkt.
 
De kleuter anno 2013 wordt getest op o.a. beginnende geletterdheid, kritisch luisteren en actieve en passieve woordenschat. En dat is alleen nog maar de taaltoets! Mijn zoon moest in de afgelopen weken samen met anderen op een door de school bepaald moment een streepje zetten onder het
volgens hem juiste antwoord in zijn toetsboekje. Dat alles ook nog binnen een bepaald aantal seconden. Pffff… En tja, dan scoor je als eigenwijze, ietwat stotterende en beweeglijke kleuter - die de potloodgrip pas net onder de knie heeft - niet uitstekend. Zegt dat nu alles over zijn taalontwikkeling? Of stiekem ook iets over zijn recente nachtrust, de tijdsdruk of faalangst die hij
voelt, die ruzie die hij gehad heeft met zijn broertje en zijn concentratie op dat moment? En dan heb ik het nog niet gehad over de manier van testen. Wat nu als de aandacht van je kind niet alleen wordt gestuurd door spraak van anderen of door innerlijke spraak? Wat als hij andere zintuigen zoals zicht en tast gebruikt om zijn hersenen aan het werk te zetten? Dan heb je een ‘probleem’ bij
de standaard Citotoets. Tja…
 
“We zijn heel benieuwd hoe hij zich in groep 2 gaat ontwikkelen.” Ja, wij ook. Maar boven alles hopen we dat hij lekker in zijn vel blijft zitten, dat hij graag naar school toe gaat, dat hij aansluiting vindt bij andere kinderen en dat hij zichzelf mag zijn. Dan komt die ontwikkeling vanzelf! Gelukkig denkt zijn huidige juf er ook zo over. Zijn juf die – misschien niet geheel oninteressant in deze context – later dit jaar met pensioen gaat. Het moet voor haar ook niet altijd makkelijk zijn, deze prestatiegerichte cultuur die zoveel anders is dan 40 jaar geleden… Ons kind zingt de hele dag door, vertelt vrolijk hele verhalen, wil zijn naam leren schrijven en wordt graag voorgelezen uit boeken die hij inmiddels uit zijn hoofd kent. Die taalontwikkeling is volop aan de gang als je het mij
vraagt!
 
“We zien in groep 2 snel genoeg of hij meekomt met de rest.” Precies. Gaat hij graag naar school? Spreekt hij af met vriendjes of vriendinnetjes? Is hij vaak moe of prikkelbaar als hij uit school komt? Voelt hij zich fijn in de klas? Dát is het soort vragen dat er mijns inziens toe doet! Als de leerkracht en wij het hele jaar door goed naar ons kind kijken, brengt de Cito-toets ons hooguit bevestiging.
Net zo goed als de cijfers op de weegschaal mij meestal laten zien wat ik al vermoedde… Ik kan maar beter mijn voedings- en bewegingspatroon aanpassen en me niet te vaak wegen, want daarvan raak ik geen kilo kwijt én raak ik gefrustreerd. Bovendien word ik gelukkiger van acceptatie dan van iets nastreven wat de maatschappij als ´perfect´ beschouwt.
 
Met alle plezier gaan wij dus de zomervakantie en het volgend schooljaar tegemoet. We zijn even klaar met Cito-toetsen. En met diëten. Rust in de tent! Niet iedereen is hetzelfde. Dat zou misschien wel makkelijk zijn voor ‘het systeem’, maar het is niet realistisch en wat mij betreft ook niet wenselijk. Laten we met z’n allen niet te veel nadruk leggen op het cognitieve en voorkomen dat kinderen denken dat ze als persoon niet waardevol zouden zijn als ze geen dokter of advocaat worden. Doe mij maar een kind dat zich gewaardeerd voelt en mag zijn wie hij is. Als alle leerkrachten en vooral ook ouders hun kind nu eens langs de sociaal emotionele meetlat leggen in plaats van langs de cognitieve, dan zou de wereld er weer een stukje mooier uitzien. Of nog beter: laten we de meetlatten gewoon weggooien en vertrouwen op ons gevoel en onze intuïtie. 

Lang leve het buikgevoel, de ambachtelijke en gepassioneerde vaklieden, de speelhoek in de klas en de chocoladerepen op z’n tijd!

Tel. 06 2470 1616info@typischfem.nl